Van klantenservice medewerker naar teamleider: wat verandert er eigenlijk?
Je kent het systeem door en door. Je weet welke instelling nét anders moet staan om dat ene probleem op te lossen. Je herkent aan de eerste twee zinnen van een klant al waar het waarschijnlijk misgaat. En als een collega vastloopt bij een ingewikkelde case, is de kans groot dat die uiteindelijk bij jou terechtkomt.
Niet omdat het moet. Gewoon omdat iedereen weet: jij komt er meestal wel uit.
Dan ontstaat er een vacature voor teamleider.
De gedachte binnen het team en misschien ook bij het management is logisch: waarom ga jij dat niet doen?
Je kent het werk, je kent de klanten, je kent de mensen en je neemt toch al regelmatig het voortouw. Bovendien lijkt doorgroeien binnen de klantenservice een logische volgende stap.
Extra verantwoordelijkheden en meer salaris. Klinkt als een goeie deal.
Een paar weken later staat er inderdaad teamleider customer service onder je naam.
En dan gebeurt er iets merkwaardigs.
Iedere keer als een medewerker vastloopt, geef jij het antwoord. Bij een lastige escalatie neem je het gesprek over. Als de wachtrij oploopt, log je zelf in en begin je tickets weg te werken. Je loopt van vraag naar vraag, lost problemen op en bent ondertussen ook nog bezig met de planning, ziekmeldingen, KPI’s en een overleg met je manager.
Aan het einde van de dag ben je kapot. Je hebt ontzettend veel gedaan.
Maar heb je ook leidinggegeven?
Dat is misschien wel de lastigste omslag als je van medewerker naar teamleider gaat.
Je bent waarschijnlijk gekozen omdat je goed bent in je oude werk. Alleen bestaat je nieuwe werk voor een belangrijk deel uit dingen die je vroeger helemaal niet hoefde te doen.
En soms moet je zelfs stoppen met gedrag waarvoor je jarenlang werd gewaardeerd.
Goed zijn in klantenservice is iets anders dan leidinggeven
Organisaties promoveren niet voor niets vaak hun beste of meest ervaren klantenservicemedewerkers.
Die mensen kennen de producten en diensten. Ze begrijpen de systemen. Ze weten hoe je met lastige klanten omgaat en kunnen kwaliteit beoordelen.
Nog belangrijker; ze nemen verantwoordelijkheid, zien werk liggen en zijn vaak het natuurlijke aanspreekpunt van collega’s.
Dat zijn uitstekende eigenschappen voor een beginnend teamleider.
Maar ze maken iemand nog niet automatisch een goede leidinggevende.
Dat klinkt misschien logisch als je het zo leest. In de praktijk maken organisaties die denkfout voortdurend.
Iemand presteert goed als medewerker, krijgt een nieuwe functietitel, misschien een paar nieuwe dashboards en ineens wordt verwacht dat diegene kan coachen, delegeren, aanspreken, motiveren, prioriteiten stellen en omgaan met medewerkers die allemaal iets anders nodig hebben.
De promotie krijgt aandacht, maar de overgang naar de nieuwe taken en verantwoordelijkheden veel minder. Of zelfs helemaal niet.
En daar begint juist het echte werk.
Goed zijn in je vak betekent namelijk niet automatisch dat je goed bent in het leidinggeven aan mensen die dat vak uitvoeren.
Je inhoudelijke kennis blijft waardevol. Sterker nog: een teamleider die echt begrijpt wat er op de werkvloer gebeurt, heeft een flinke voorsprong.
Maar die kennis krijgt een andere functie.
Je hoeft je vakkennis dus niet achter te laten als je teamleider wordt. Je moet alleen voorkomen dat die kennis je excuus wordt om het werk van je medewerkers te blijven doen.
Je succes wordt niet meer bepaald door wat jij zelf oplost
Als klantenservicemedewerker is het resultaat vaak heerlijk tastbaar.
Je hebt vandaag 38 tickets afgehandeld. Twaalf telefoontjes aangenomen. Een ingewikkelde klant geholpen. Een probleem gevonden waar iemand anders al een uur naar zocht.
Klaar.
Als teamleider wordt dat ingewikkelder. Misschien heb je na een hele dag nauwelijks een klant gesproken.
Je hebt wel; een medewerker geholpen die moeite heeft met escalaties, de planning voor volgende week aangepast, een terugkerend probleem besproken met administratie, een 1-op-1 gevoerd en een teamoverleg voorbereid.
Aan het einde van de dag staat er nergens een mooi getal van 38 opgeloste tickets achter jouw naam.
Toch kan dat een bijzonder productieve dag zijn geweest.
Het resultaat van leidinggeven ontstaat namelijk vaak indirect.
Je ziet het doordat medewerkers zelfstandiger worden. Doordat minder vragen telkens bij dezelfde senior terechtkomen. Doordat het team weet wat prioriteit heeft. Doordat iemand die zes maanden geleden nog overal hulp bij nodig had nu zelf een nieuwe collega inwerkt of begeleidt.
Of simpelweg doordat jij een week op vakantie kunt zijn zonder dat het team instort.
Dat laatste is misschien een confronterende graadmeter.
Als jouw team alleen goed functioneert wanneer jij aanwezig bent, heb je misschien uitstekende problemen opgelost, maar nog geen zelfstandig team gebouwd.
Leidinggeven is het werk. Het is niet iets wat je doet nadat je eigen tickets klaar zijn.
Het antwoord weten is niet meer altijd hetzelfde als helpen
Hier gaat het bij veel nieuwe teamleiders mis.
Een medewerker komt naar je toe met een lastig probleem. Jij kijkt ernaar en ziet vrijwel onmiddellijk wat er moet gebeuren.
Dus je zegt het. Probleem opgelost.
In elk geval voor vandaag.
Morgen komt dezelfde medewerker met een vergelijkbaar probleem. Je geeft opnieuw het antwoord. Daarna komt een andere collega. En nog één.
Voor je het weet ben je geen teamleider maar een menselijke tweedelijns FAQ.
Dat voelt nuttig. Je helpt tenslotte iedereen, maar je bouwt ondertussen ook afhankelijkheid op.
Er is een belangrijk verschil tussen het probleem van een medewerker oplossen en een medewerker leren problemen oplossen.
Dat betekent niet dat je voortaan op iedere simpele vraag een therapeutische tegenvraag moet stellen.
Als iemand vraagt waar een instelling staat die één keer per jaar wordt gebruikt, mag je die natuurlijk gewoon aanwijzen.
Maar bij problemen waar iemand zelf van kan leren, is het vaak interessanter om even niet onmiddellijk je eigen oplossing te geven.
Wat heeft iemand al onderzocht? Waar loopt diegene precies vast? Welke mogelijke oplossingen ziet zij zelf? Welke informatie ontbreekt nog?
En ook een mooie vraag; wat zou je doen als ik vandaag niet aanwezig was?
Het doel is niet dat medewerkers nooit meer vragen stellen. Goede teams stellen juist veel vragen.
Het doel is dat jouw kennis zich verspreidt.
Dat mensen leren hoe jij naar een probleem kijkt, zonder dat ze jou nodig hebben om ieder probleem voor ze op te lossen.
Van collega naar leidinggevende: er verandert écht iets
De overstap wordt nog ingewikkelder als je leiding gaat geven aan mensen die gisteren gewoon je collega’s waren.
Vrijdag zit je tijdens de lunch misschien nog samen te mopperen over een nieuwe procedure.
- Maandag moet jij uitleggen waarom die procedure wordt ingevoerd.
- Een collega met wie je al jaren goed kunt opschieten, komt structureel te laat.
- Iemand waarmee je regelmatig buiten het werk afspreekt, presteert minder goed dan de rest van het team.
En ineens is het jouw verantwoordelijkheid om daar iets van te zeggen.
Dat kan ongemakkelijk zijn.
Sommige nieuwe teamleiders proberen dat op te lossen door ineens afstand te nemen.
Ze gaan zich formeler gedragen, gebruiken woorden die ze vorige week nooit gebruikten en lijken vooral te willen bewijzen dat ze nu “de baas” zijn.
Het andere uiterste komt minstens zo vaak voor; er verandert zogenaamd niets.
Iedereen blijft gewoon maatjes en moeilijke gesprekken worden vermeden omdat het anders misschien ongezellig wordt.
Geen van beide werkt erg goed. En ik weet hoe het is, want ik heb beide zelf geprobeerd toen ik ook van medewerker naar manager ging.
Geloof me; je hoeft niet ineens een ander mens te worden. Maar de relatie met je collega’s verandert wel degelijk.
Je weet dingen die je niet altijd kunt delen. Je moet soms een beslissing van de organisatie uitvoeren waar je zelf ook vragen bij hebt. Je moet consequent zijn, ook als het om iemand gaat met wie je goed kunt opschieten.
En medewerkers moeten erop kunnen vertrouwen dat je niet met twee maten meet.
Van collega naar leidinggevende gaan betekent daarom niet dat je afstandelijk moet worden. Het betekent wel dat je verantwoordelijkheid krijgt voor duidelijkheid, grenzen en eerlijkheid.
Ook als dat even minder gezellig is.
Je moet leren loslaten, juist als het druk wordt
Op een klantenservice komt er altijd een moment waarop de theorie het verliest van de wachtrij.
Dinsdagmiddag. Twee zieken. Een campagne is live gegaan waarvan niemand de helpdesk iets heeft verteld. De telefoon blijft gaan en het aantal openstaande tickets loopt zichtbaar op.
Je weet dat je in een uur waarschijnlijk meer kunt wegwerken dan een minder ervaren medewerker.
Dus je schuift je andere werk opzij en duikt de wachtrij in. Daar is niets mis mee.
Bij drukte meehelpen kan uitstekend leiderschap zijn.
Er ontstaat pas een probleem als dit je standaardoplossing wordt.
Want terwijl jij tickets zit weg te tikken, kijkt niemand meer naar de vraag waarom het eigenlijk zo druk is.
- Misschien loopt één medewerker structureel vast bij een bepaald type vraag.
- Misschien klopt de bezetting niet.
- Misschien is gisteren een e-mail naar duizenden klanten verstuurd met een onduidelijke instructie.
Dat zijn allemaal problemen die je niet oplost door nóg sneller tickets af te handelen.
Bij drukte meehelpen kan leiderschap zijn. Structureel je eigen leiderschapswerk vervangen door uitvoerend werk is dat niet.
Dat is lastig, zeker als je zelf jarenlang hebt geleerd dat een lege wachtrij ongeveer hetzelfde voelt als een opgeruimde keuken.
Lekker.
Maar een lege wachtrij is een momentopname.
Als dezelfde wachtrij morgenochtend opnieuw volloopt met dezelfde problemen, heb je vooral hard gewerkt.
Niet iedereen hoeft jou te worden
Sterke klantenservicemedewerkers hebben vaak door de jaren heen een aanpak ontwikkeld die goed voor hen werkt.
Je kent je shortcuts. Je weet hoe je een gesprek opbouwt. Je herkent patronen. Je hebt misschien een bepaalde volgorde waarin je problemen onderzoekt.
Dat kan de verleiding geven om nieuwe medewerkers precies hetzelfde te leren.
Zo deed ik het altijd.
Maar leidinggeven betekent niet dat je acht kleinere versies van jezelf probeert te bouwen.
Medewerkers verschillen.
De ene medewerker floreert als je veel vrijheid geeft. Een ander heeft juist behoefte aan duidelijkere structuur en regelmatige terugkoppeling.
Een starter die drie weken in dienst is, heeft iets anders nodig dan iemand die al tien jaar klantvragen behandelt.
De ene medewerker wil doorgroeien naar een specialistische of leidinggevende functie. De andere vindt het werk dat hij nu doet uitstekend en heeft helemaal geen behoefte aan de volgende stap op een denkbeeldige carrièreladder.
Goed leidinggeven betekent daarom niet dat iedereen op dezelfde manier moet werken.
Er moeten duidelijke kaders zijn voor kwaliteit, gedrag en resultaat.
Daarbinnen mogen mensen verschillend zijn.
Dat vraagt van een nieuwe teamleider dat die niet alleen naar het werk kijkt, maar ook naar degene die het uitvoert.
Ineens moet je gesprekken voeren die je vroeger niet hoefde te voeren
Er hoort nog iets bij de functie waar weinig mensen enthousiast naar solliciteren.
Lastige gesprekken.
Feedback geven als iemand niet goed functioneert. Gedrag bespreekbaar maken. Een conflict tussen twee collega’s niet laten sudderen. Iemand vertellen dat een bepaalde manier van communiceren richting klanten echt niet kan.
Of tegen een sympathieke medewerker zeggen: dit is nu drie keer besproken. Ik verwacht dat dit verandert.
Veel beginnende teamleiders stellen dit soort gesprekken uit.
Begrijpelijk.
Zeker als je nog maar kort geleden collega was, voelt aanspreken al snel alsof je de relatie onder druk zet.
Maar onduidelijkheid is nooit vriendelijker.
Als één medewerker structureel afspraken niet nakomt en jij zegt daar niets van, merkt de rest van het team dat ook.
Als slecht gedrag geen consequenties heeft, moeten andere medewerkers vaak het werk opvangen.
Niet aanspreken is daarmee óók een keuze.
Leidinggeven betekent niet dat je voortdurend streng moet zijn. Het betekent wel dat mensen mogen weten wat er van ze wordt verwacht en waar ze aan toe zijn.
Daar horen regelmatige 1-op-1-gesprekken bij, feedback, aandacht voor ontwikkeling en soms gewoon de constatering dat iets heel goed gaat en iets anders niet goed genoeg is.
Je krijgt dashboards. Gefeliciteerd
Bij de overstap naar teamleider krijg je vaak toegang tot een nieuwe wereld.
Dashboards.
Reactietijden. Openstaande tickets. Gemiddelde afhandeltijd. Klanttevredenheid. Bezetting. First Contact Resolution. Aantallen gesprekken per medewerker.
Voor je het weet zit je dinsdagochtend serieus naar een rode balk te kijken alsof die persoonlijk iets verkeerd heeft gedaan.
KPI’s zijn nuttig, maar het zijn signalen, geen werkelijkheid op zichzelf.
Een uitstekende reactietijd kan betekenen dat je team heel efficiënt werkt. Het kan ook betekenen dat vragen heel snel half worden beantwoord en klanten drie dagen later opnieuw contact opnemen.
Een lage gemiddelde behandeltijd kan wijzen op vakmanschap, of op medewerkers die moeilijke gesprekken liever zo snel mogelijk afsluiten.
Een hoge First Contact Resolution klinkt prachtig. Maar als klanten steeds opnieuw over hetzelfde probleem contact moeten opnemen, lost je organisatie misschien iedere individuele case uitstekend op terwijl het onderliggende probleem gewoon blijft bestaan.
Een teamleider moet daarom niet alleen kunnen lezen wat een cijfer zegt.
Je moet leren vragen: wat vertelt dit cijfer mij echt?
En daarna: wat zie ik in de dagelijkse klantvragen wat dit dashboard niet vertelt?
Daar begint je volgende ontwikkeling als teamleider namelijk al.
Je bent meer dan de verbinding van management naar team
Veel organisaties zien de teamleider vooral als schakel tussen management en werkvloer.
En vooral ook in die richting.
Er wordt iets besloten, de teamleider hoort het in een overleg en legt het daarna uit aan het team.
Dat hoort inderdaad bij de rol. Maar de informatie hoort ook de andere kant op te gaan.
Je klantenservicemedewerkers zien namelijk iedere dag dingen die de rest van de organisatie gemakkelijk kan missen.
- Een functie in de software waarvan niemand snapt hoe die werkt.
- Een verkooppagina die iets nét iets mooier belooft dan de operatie kan waarmaken.
- Een interne wijziging die een dag later ineens tientallen extra klantvragen oplevert.
De helpdesk ziet de gevolgen vaak eerder dan het managementdashboard.
Daarom is een goede teamleider niet alleen degene die informatie naar het team brengt.
Hij moet informatie uit het team halen en terug de organisatie in brengen.
Dat is een wezenlijk onderdeel van leidinggeven aan een klantenservice.
Jouw team hoeft niet alleen de problemen die ergens anders ontstaan netjes op te ruimen.
Je moet ze zichtbaar maken.
Van wachtrijmanager naar verbetermanager
Hier ontstaat wat mij betreft een deel van de functie die nog meer waarde kan toevoegen aan de organisatie.
Een operationeel teamleider wordt begrijpelijkerwijs vaak beoordeeld op rust.
- Wordt de telefoon snel genoeg opgenomen?
- Zijn de tickets binnen de afgesproken SLA afgehandeld?
- Zijn er genoeg mensen beschikbaar?
Allemaal belangrijk.
Maar als je alleen daarop stuurt, loop je het risico dat je ontzettend goed wordt in het verwerken van problemen die je organisatie iedere dag opnieuw creëert.
Een sterke teamleider kijkt nog een niveau verder.
Is dit waardevol persoonlijk klantcontact, of zijn we een onnodige hobbel in het proces aan het repareren?
Daar verschuift je rol van wachtrijmanager naar verbetermanager.
En daar krijgt de informatie uit klantcontact veel meer waarde.
First Time Fix is mooi. All Time Fix is mooier.
Stel dat klanten regelmatig bellen omdat een bepaalde functie in jullie software onduidelijk is.
Een medewerker kent het probleem en helpt de klant in één keer. Perfect!
Ik noem dat een First Time Fix; de vraag komt binnen en wordt direct en goed opgelost.
Maar de volgende klant loopt tegen precies hetzelfde aan, en daarna nog één.
En morgen weer tien.
De volgende stap is daarom kijken naar de oorzaak.
Als je daar iets aan verandert en toekomstige klanten daardoor niet meer hoeven te bellen, bereik je iets anders.
Een All Time Fix.
Je helpt niet één klant; je pakt de achterliggende oorzaak aan zodat dezelfde vraag in de toekomst minder vaak of helemaal niet meer gesteld wordt.
Dat sluit aan bij een belangrijk principe van Voor de Vraag:
De goedkoopste klantvraag is de vraag die nooit gesteld hoeft te worden.
Niet omdat je het telefoonnummer verstopt, je openingstijden beperkt of klanten eerst door zes lagen chatbot laat kruipen.
Maar omdat de klant op het juiste moment begrijpt wat er gebeurt en zelfstandig verder kan.
De teamleider heeft hierin een bijzondere positie.
Medewerkers zien individuele klantvragen.
Managers zien vaak totalen en KPI’s.
Als teamleider kun jij de verbinding leggen.
Jij bent dan in de positie om tien losse vragen te herkennen als een patroon en vervolgens te zeggen:
“Wacht eens even. Volgens mij hebben we hier geen capaciteitsprobleem. We hebben een procesprobleem.”
Dat is managementinformatie waar een organisatie iets mee kan.
De sterke teamleider werkt op drie niveaus
Wanneer je net teamleider bent geworden, voelt je werk waarschijnlijk vooral heel operationeel.
Er staat iemand ziek gemeld, er is een escalatie en die planning voor volgende week moet vandaag echt af.
Toch helpt het om je rol op drie niveaus te bekijken.
1. De medewerker
Je helpt individuele mensen beter te worden in hun werk.
Je coacht, geeft feedback, stelt verwachtingen, bespreekt ontwikkeling en helpt mensen steeds zelfstandiger te functioneren.
Je lost niet voortdurend problemen vóór ze op.
Je helpt ze het vermogen ontwikkelen om problemen zelf op te lossen.
2. Het team
Je zorgt dat niet alleen individuele medewerkers goed functioneren, maar dat het geheel werkt.
Er zijn duidelijke prioriteiten. Kennis wordt gedeeld. Werk is gezond verdeeld. Mensen weten wat kwaliteit betekent en waar verantwoordelijkheden liggen.
Je voorkomt dat alle kennis bij één senior medewerker zit, vooral ook als jij toevallig die senior medewerker was.
3. De organisatie
Je kijkt naar wat het klantcontact vertelt over processen buiten je eigen afdeling.
Waarom blijven bepaalde vragen terugkomen? Wat veroorzaakt werkdruk? Welke verwachtingen worden elders gecreëerd? Welke verbetering kan tientallen toekomstige contacten voorkomen?
Op dat derde niveau wordt klantenservice meer dan een uitvoerende afdeling.
Het wordt een bron van informatie waarmee je de organisatie kunt verbeteren.
En de teamleider is degene die ervoor kan zorgen dat die informatie niet in losse tickets, mailboxen en hoofden van ervaren medewerkers blijft zitten.
Maar ik ben juist teamleider geworden omdat ik het werk goed kan
Klopt, en dat is waardevol.
Een leidinggevende zonder enig begrip van het werk kan net zo goed problemen opleveren.
Wanneer jij zelf jarenlang klantcontact hebt gedaan, weet je hoe een boze klant echt klinkt. Je begrijpt dat een gesprek van twintig minuten soms veel beter kan zijn dan een gesprek van vijf minuten. Je weet dat niet iedere vraag netjes in één categorie past.
Je kunt kwaliteit beoordelen, je spreekt de taal van het team en je begrijpt de druk.
Die ervaring hoef je dus absoluut niet weg te gooien. Maar inhoudelijke expertise is vanaf nu een middel, niet meer het einddoel.
Je hoeft niet meer degene te zijn die ieder probleem het snelst kan oplossen.
Sterker nog: op termijn zou het een prachtig resultaat zijn als verschillende mensen in je team dingen beter kunnen dan jij.
Dat betekent namelijk dat je iets hebt opgebouwd.
Leidinggeven is een vak dat je mag leren
Misschien is dit uiteindelijk het belangrijkste voor iedereen die teamleider klantenservice wil worden, net teamleider is geworden of verantwoordelijk is voor het begeleiden van een nieuwe teamleider.
Verwacht niet dat de functietitel de vaardigheid automatisch meelevert.
Nieuwe teamleiders worden verrassend vaak in het diepe gegooid. Veel succes!
Maar gesprekken voeren, delegeren, coachen, prioriteiten stellen, gedrag bespreekbaar maken en patronen in klantcontact vertalen naar verbeteringen zijn vaardigheden.
Die kun je ontwikkelen.
Een training kan helpen om fundamenten te leggen. Een ervaren manager of mentor kan helpen om situaties te bespreken.
Het kan ontzettend fijn zijn als iemand eens meekijkt met een teamoverleg of met je analyseert waarom een lastig gesprek niet liep zoals je wilde.
En veel moet je simpelweg in de praktijk leren.
Niet uit een managementboek waarin een fictieve medewerker na precies drie open vragen plotseling volledig tot zelfinzicht komt.
Maar dinsdagochtend om kwart over negen, als twee mensen ziek zijn, een medewerker boos uit een telefoongesprek komt en je manager ondertussen vraagt waarom de reactietijd gisteren opliep.
Daar leer je leidinggeven.
Ten minste; als je de ruimte krijgt (en neemt) om te kijken naar wat je doet, waarom je het doet en wat er de volgende keer anders kan.
Van degene met de antwoorden naar wie het team verder brengt
Ga nog even terug naar die medewerker uit het begin.
Degene naar wie iedereen toeliep, die ingewikkelde cases oploste, precies wist waar je moest klikken en die bij grote druk altijd als eerste de wachtrij in dook.
Er is niets mis met die medewerker.
Sterker nog: waarschijnlijk waren juist die eigenschappen de reden dat die medwerker werd gevraagd om teamleider te worden.
De fout ontstaat pas als iedereen verwacht dat de teamleider hetzelfde blijft doen als voorheen, maar dan met een extra functieomschrijving erbovenop.
Want de grootste verandering bij het doorgroeien in klantenservice is uiteindelijk niet dat je meer verantwoordelijkheid krijgt.
Het is ook niet dat je voortaan de planning maakt, dashboards bekijkt of een nieuwe functietitel op LinkedIn kunt zetten.
De echte verandering is deze:
Je bent niet meer degene die alle problemen moet kunnen oplossen. Je wordt verantwoordelijk voor een omgeving waarin anderen problemen kunnen oplossen, kunnen groeien en waarin het team uiteindelijk helpt voorkomen dat dezelfde problemen steeds opnieuw ontstaan.
Dat betekent dat je aandacht nodig hebt voor de medewerker. Voor het team.
En voor wat al die klantvragen vertellen over de organisatie achter het team.
Dat is heel ander werk dan degene zijn die altijd het antwoord weet.
En ja, dat mag je leren.
En een belangrijke vraag daarbij is; wat moet ik leren loslaten om echt leiding te kunnen geven?